top of page

Informatie bij wegname van keel- en neusamandelen

Een tonsillectomie is een operatie waarbij de keelamandelen (en eventueel de neusamandel) operatief worden verwijderd, meestal bij terugkerende keelontstekingen of hinder bij ademhaling, slikken of stemvorming. De ingreep gebeurt onder algemene narcose via de mond, en de keelwonde geneest over 10 tot 14 dagen. Hieronder leest u wanneer de ingreep aangewezen is, hoe ze verloopt en wat u nadien kan verwachten.

Wat zijn de amandelen?

De keelamandelen (kortweg amandelen) en de neusamandel (ook "poliepen" genoemd) bestaan uit hetzelfde lymfoïde weefsel, maar liggen op een verschillende plaats: de keelamandelen in de mondholte, de neusamandel achteraan in de neus-keelholte. Bij kinderen is de neusamandel vaak vergroot en chronisch ontstoken.

​

Wanneer is de ingreep aangewezen?

Wegname van de keelamandelen is aangewezen bij terugkerende acute of chronische infecties, of wanneer hun volume de ademhaling, het slikken of de stemvorming hindert. Wegname van de neusamandel — meestal bij kinderen — is aangewezen bij aanhoudende neusverstopping en bij terugkerende neus- en keelinfecties, in het bijzonder oorontstekingen. Een operatie volgt doorgaans pas als medicatie onvoldoende resultaat geeft; neus- en oorinfecties kunnen ook na de ingreep nog voorkomen.

​

Hoe verloopt de ingreep?

De ingreep gebeurt onder algemene narcose, via de mond. De keelamandelen worden gedisseceerd ("gepeld"), de neusamandel gecuretteerd ("geschraapt").

​

Wat kan u verwachten na de ingreep?

Na wegname van de neusamandel verloopt het herstel meestal zonder problemen; soms is er de eerste uren een licht bloederige neusafscheiding. Na wegname van de keelamandelen is er beiderzijds een keelwonde die 10 tot 14 dagen geneest, met een witgrijs beslag, moeilijk slikken en soms uitstralende oorpijn — de voeding moet worden aangepast en pijnstillers zijn vaak nodig. Manipulaties in de mondholte kunnen uitzonderlijk een klein wondje aan lip of tong, of het loswrikken van een (melk)tand veroorzaken. Het belangrijkste risico is nabloeding, die een heringreep kan vereisen; een infectie (bijvoorbeeld een bijkomende oorontsteking of keelabces) komt minder vaak voor.

​

Op langere termijn is een nabloeding na een tiental dagen zeldzaam, maar kan een nieuwe narcose met hechten vereisen. Uitzonderlijk ontstaat na genezing lichte nasaliteit (luchtverlies via de neus bij het spreken), waarvoor logopedie kan helpen. Amandelresten kunnen soms blijven bestaan of opnieuw infecties veroorzaken; de neusamandel kan terug aangroeien, vooral bij kinderen die op hun 2 jaar of jonger geopereerd werden (al is dit niet de regel).

​

Ernstige en/of uitzonderlijke verwikkelingen

Elke heelkundige ingreep kan, ook onder ideale omstandigheden, verwikkelingen met zich meebrengen. Een massieve bloeding tijdens of net na de ingreep is uitzonderlijk en vereist dan chirurgisch ingrijpen onder narcose. Inademen van slijm of bloed tijdens of na de ingreep kan een luchtweginfectie veroorzaken die behandeling vergt. Een flegmoon of abces in de hals is zeldzaam; hoge koorts, pijn en zwelling in de hals zijn tekenen die een spoedconsult rechtvaardigen. Deze risico's moeten steeds afgewogen worden tegen de gevolgen van niet ingrijpen.

bottom of page