Informatie bij het verwijderen van de onderkaakspeekselklier - submandibulaie spekselklier
Een submandibulectomie is een operatie waarbij de onderkaakspeekselklier operatief wordt verwijderd, bijvoorbeeld bij herhaaldelijke ontstekingen, een gezwel of een verstopping van de speekselafvoergang. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving en is meestal dagchirurgie of een korte hospitalisatie. Hieronder leest u wanneer de ingreep nodig is, hoe ze verloopt en wat u nadien kan verwachten.
Wat is de onderkaakspeekselklier?
Er zijn 2 onderkaakspeekselklieren, die samen met de 2 oorspeekselklieren en de 2 ondertongspeekselklieren de zes grote speekselklieren vormen; samen met talloze kleinere klieren zorgen ze voor de speekselproductie.
Wanneer is verwijdering nodig?
Bij herhaaldelijke ontstekingen (bijvoorbeeld door speekselstenen die de afvoer blokkeren), bij een gezwel (meestal goedaardig, soms kwaadaardig), of bij een verstopping van de speekselafvoergang die niet anders behandeld kan worden.

Hoe verloopt de ingreep?
Onder algehele narcose wordt de klier verwijderd via een huidinsnede onder de kaakrand, in de buurt waarvan een tak van de aangezichtszenuw en de tong- en smaakzenuw lopen — deze structuren worden zoveel mogelijk gespaard. De ingreep eindigt met een wonddrain en hechtingen, en duurt ongeveer een uur.
Wat kan u verwachten na de ingreep?
U verblijft meestal één nacht in het ziekenhuis. De wond wordt gehecht en er wordt meestal een drain geplaatst. U mag na de ingreep weer normaal eten en drinken.
Mogelijke complicaties
Nabloeding en infectie zijn mogelijk. Zelden raakt een zenuw beschadigd: de aangezichtszenuw (tijdelijke zwakte van de mondhoek), de tongzenuw (doof gevoel in een deel van de tong) of de smaakzenuw. Een tijdelijk droge mond en zwelling in het operatiegebied komen eveneens voor.
Deze informatie heeft tot doel u algemeen geldende inlichtingen over dit soort operaties te verschaffen. Uiteraard is het mogelijk dat in uw individueel geval bepaalde aspecten van dit document niet van toepassing zijn of juist meer of bijkomend moeten besproken worden met uw chirurg. Vergeet niet om aan uw chirurg alle informatie betreffende uw algemene gezondheidstoestand te melden, alsook alle medicamenten die u regelmatig neemt -vooral Aspirine en aanverwante producten, of andere medicatie die de stolling kan beïnvloeden. De algemene verdoving (narcose) wordt best vooraf met de geneesheer-anesthesist besproken