top of page
Thyroidectomie - Verwijderen van de schildklier
Een thyroïdectomie is een operatie waarbij de schildklier geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, bijvoorbeeld bij een vergrote schildklier, knobbels of een overactieve schildklier. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving en vraagt meestal een korte hospitalisatie van één tot twee dagen. Hieronder leest u wanneer de ingreep aangewezen is, hoe ze verloopt en wat u nadien kan verwachten.
Wat is de schildklier?
De schildklier ligt vooraan, laag in de hals, met twee helften verbonden door de isthmus; achter elke helft liggen telkens twee bijschildkliertjes. De schildklier produceert het hormoon dat de stofwisseling van het hele lichaam regelt.
Wanneer is een thyroïdectomie nodig?
Redenen zijn: een vergrote schildklier (struma) die slikproblemen, ademhalingsproblemen of een drukkend gevoel geeft; schildklierknobbels die onderzocht (en soms verwijderd) moeten worden om goed- of kwaadaardigheid vast te stellen; een overactieve schildklier (hyperthyreoïdie) met gewichtsverlies, hartkloppingen, nervositeit of trillen; of schildklierkanker.

Wat is het doel van de operatie?
Afhankelijk van de reden wordt de hele schildklier verwijderd (totale thyroïdectomie), één helft (hemithyroïdectomie) of een deel ervan.
Hoe verloopt de ingreep?
De operatie gebeurt onder algehele narcose via een kleine incisie in een huidplooi van de hals, waardoor het litteken achteraf weinig zichtbaar is. De schildklier wordt losgemaakt van het omliggende weefsel, met behoud van stembandzenuwen en bijschildklieren. De ingreep duurt gemiddeld 1 tot 2 uur.
Wat kan u verwachten na de ingreep?
U verblijft minstens één nacht in het ziekenhuis. De wond wordt gehecht, soms met een drain voor wondvocht. Is de volledige schildklier verwijderd, dan is levenslange inname van schildklierhormoon (thyroxine) nodig. Nadien volgen regelmatige controles van uw hormoonwaarden.
Mogelijke complicaties
Zoals bij elke operatie zijn er risico's: nabloeding, infectie, (meestal tijdelijke, zelden blijvende) heesheid door beschadiging van de stembandzenuw, en een laag calciumgehalte (hypocalciëmie) met tintelingen rond mond en vingers, spierkrampen of, in ernstige gevallen, toevallen — meestal tijdelijk en behandelbaar met calciumsupplementen. Zeer zelden raken alle bijschildklieren beschadigd, met blijvende hypocalciëmie tot gevolg.
Deze informatie heeft tot doel u algemeen geldende inlichtingen over dit soort operaties te verschaffen. Uiteraard is het mogelijk dat in uw individueel geval bepaalde aspecten van dit document niet van toepassing zijn of juist meer of bijkomend moeten besproken worden met uw chirurg. Vergeet niet om aan uw chirurg alle informatie betreffende uw algemene gezondheidstoestand te melden, alsook alle medicamenten die u regelmatig neemt -vooral Aspirine en aanverwante producten, of andere medicatie die de stolling kan beïnvloeden. De algemene verdoving (narcose) wordt best vooraf met de geneesheer-anesthesist besproken
bottom of page