top of page

Parathyroidectomie - Verwijderen van een bijschildklier

Een parathyroïdectomie is een operatie waarbij één of meerdere bijschildklieren worden verwijderd, meestal bij een overactieve bijschildklier (hyperparathyreoïdie) die te veel PTH aanmaakt. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving en vraagt meestal een korte hospitalisatie. Hieronder leest u wanneer de ingreep nodig is, hoe ze verloopt en wat u nadien kan verwachten.
Wat zijn de bijschildklieren?
De bijschildklieren zijn vier kleine kliertjes achter de schildklier die het parathyroïdhormoon (PTH) aanmaken, dat de calciumhuishouding regelt: de opname in de darmen en de verdeling naar bloed en botten.
Wanneer is een parathyroïdectomie nodig?
Wanneer één of meer bijschildklieren te veel PTH aanmaken (hyperparathyreoïdie), wat een te hoog calciumgehalte in het bloed geeft met klachten als vermoeidheid, spierzwakte, nierstenen, botontkalking en depressie.
Wat is het doel van de operatie?
De overactieve bijschildklier(en) verwijderen om het calciumgehalte te normaliseren.
Hoe verloopt de ingreep?
Onder algehele narcose maakt de chirurg een kleine incisie net boven het borstbeen, waarlangs de bijschildklieren worden opgezocht en de overactieve klier(en) verwijderd. Soms moeten alle vier de bijschildklieren verwijderd worden; dan wordt een klein stukje ervan teruggeplaatst. De ingreep duurt gemiddeld 1 tot 2 uur.
Wat kan u verwachten na de ingreep?
U verblijft meestal één nacht in het ziekenhuis. De wond wordt gehecht, soms met een drain. Uw calciumgehalte wordt na de operatie regelmatig gecontroleerd.
Mogelijke complicaties

Nabloeding, infectie, (meestal tijdelijke, zelden blijvende) heesheid door beschadiging van de stembandzenuw, en een laag calciumgehalte met tintelingen, spierkrampen of, zelden, toevallen — meestal tijdelijk en behandelbaar met calciumsupplementen. Zeer zelden raken alle bijschildklieren beschadigd, met blijvende hypocalciëmie tot gevolg.

parathyroidectomie

Deze informatie heeft tot doel u algemeen geldende inlichtingen over dit soort operaties te verschaffen. Uiteraard is het mogelijk dat in uw individueel geval bepaalde aspecten van dit document niet van toepassing zijn of juist meer of bijkomend moeten besproken worden met uw chirurg. Vergeet niet om aan uw chirurg alle informatie betreffende uw algemene gezondheidstoestand te melden, alsook alle medicamenten die u regelmatig neemt -vooral Aspirine en aanverwante producten, of andere medicatie die de stolling kan beïnvloeden. De algemene verdoving (narcose) wordt best vooraf met de geneesheer-anesthesist besproken

bottom of page