conchaplastie - neusschelpcorrectie
Een conchaplastie is een ingreep waarbij de onderste neusschelp (concha inferior) operatief wordt verkleind om de neusademhaling te verbeteren. De ingreep gebeurt onder lokale of algemene verdoving en is meestal dagchirurgie. Hieronder leest u wanneer de ingreep aangewezen is, hoe ze verloopt en wat u nadien kan verwachten.
Welke functie heeft de neus?
De neus verwarmt, bevochtigt en reinigt de ingeademde lucht — meer dan 95% van de verontreinigende deeltjes wordt eruit gefilterd — en speelt daarnaast een rol bij stemvorming, traanafvoer en het uiterlijk. De neusfunctie kan verstoord raken door bijvoorbeeld een verkoudheid of een allergie.
Wat is het doel van de operatie?
Vooral de onderste neusschelp (concha inferior) speelt een centrale rol in de neusademhaling; de ingreep verkleint deze structuur om de ademhaling te verbeteren. (De concha media wordt zelden apart behandeld en dan meestal samen met een sinus- of septumoperatie.)
Hoe verloopt de ingreep?
Een radiofrequente naald wordt in de concha ingebracht en verwarmt deze gecontroleerd, waardoor ze verlittekent en verkleint. Een conchaplastie gebeurt vaak samen met een septumcorrectie of sinusoperatie.
Wat kan u verwachten na de ingreep?
Enige bloeding is te verwachten; daarom wordt soms tijdelijk een neustampon geplaatst, die na 1 of enkele dagen weer verwijderd wordt. Korstvorming ter hoogte van de concha treedt op tijdens de eerste weken van genezing en wordt behandeld met neusspoelingen, neuszalf of neusdruppels.
Deze informatie is algemeen van aard; bespreek uw specifieke situatie, medicatie en eventuele allergieën vooraf met uw chirurg.
Deze informatie heeft tot doel u algemeen geldende inlichtingen over dit soort operaties te verschaffen. Uiteraard is het mogelijk dat in uw individueel geval bepaalde aspecten van dit document niet van toepassing zijn of juist meer of bijkomend moeten besproken worden met uw chirurg. Vergeet niet om aan uw chirurg alle informatie betreffende uw algemene gezondheidstoestand te melden, alsook alle medicamenten die u regelmatig neemt -vooral Aspirine en aanverwante producten, of andere medicatie die de stolling kan beïnvloeden. De algemene verdoving (narcose) wordt best vooraf met de geneesheer-anesthesist besproken